Zijn landbouwpesticiden nu wel of niet schadelijk?
Tekst Sigrid Koeleman | Beeld privé | Artikel uit: Magazine: Mooi eten, goed om te weten
Zijn landbouwpesticiden nu wel of niet schadelijk voor onze gezondheid en die van het milieu? Dat is een vraag die velen van ons bezighoudt. Violette Geissen, hoogleraar aan de Wageningen universiteit, leidt een Europees onderzoek dat daar antwoord op moet geven. ‘Pesticiden waarvan niet eenduidig is of ze een risico vormen voor mens en milieu, zouden uit voorzorg van de markt gehaald moeten worden.’
‘Het idee dat verandering in de landbouw tijd kost, klopt niet. Als er bewustzijn is, kan het heel snel gaan’
Chemische bestrijding lijkt zo gewoon, hoe kan dat?
‘Na de hongerwinter was het adagium: nooit meer honger. Er kwamen chemische gewasbeschermingsmiddelen, zoals DDT, waarmee boeren de oogst konden vergroten. Toen dit schadelijk bleek voor milieu, mens en dier, werd hard gevochten om het weer van de markt te krijgen. Dat lukte, maar de boerenafhankelijkheid van pesticiden was in gang gezet en er kwamen al snel veel meer middelen. Gegevens over de risico’s en effecten daarvan zijn nog altijd niet compleet en de toelatingstesten verouderd. Het Europese SPRINT-project moet hier duidelijkheid in geven.’
Was dat ook je drijfveer om dit onderzoek te leiden?
‘In mijn jeugd heb ik veel op boerderijen gewerkt. Bij overlast van vliegen in de stal kreeg ik een rugzak op met vloeistof die ik leegspoot. Toen die niet goed dicht zat, begon mijn rug enorm te branden, waarop de boer zei dat ik heel snel moest gaan douchen. Later, toen ik zaad met kwik moest behandelen en vroeg of ik geen bescherming nodig had, werd gezegd: ‘Nee joh, ik leef toch ook nog.’ Wat overbleef, werd gewoon buiten weggegooid. Toen ik langere tijd in Mexico werkte, zag ik wekelijks vliegtuigjes schimmelbestrijders over de bananenplantages spuiten en welke effecten dat had op de bevolking. Het gaat nu allemaal veel voorzichtiger, maar boeren krijgen vaak niet de juiste informatie over de risico’s van bepaalde middelen. Die zijn door de European Food Safety Authority (EFSA)* immers goedgekeurd volgens de geldende normen. En als het op de markt is, geloof je dat het veilig is. Diverse onderzoeken laten inmiddels zien dat die normen niet overeenkomen met de daadwerkelijke verspreiding en risico’s.’
Hoe kan het dat die pesticiden nog gebruikt worden?
‘Omdat ze voldoen aan de toetsingsmethoden uit de jaren ’80. Voor tweeduizend verschillende pesticiden en vijfhonderd substanties (chemische componenten) zijn er Europese gebruiksnormen en maximaal toegestane residulevels voor enkele pesticiden in ons voedsel. Het testen gebeurt op een heel beperkt aantal indicatoren die de risico-inschatting met betrekking tot de milieu- en gezondheidseffecten moet goedkeuren. Deze indicatoren zijn verouderd en reflecteren niet de daadwérkelijke effecten. De bodemgezondheid bijvoorbeeld wordt getest op slechts vijf verschillende soorten organismen, terwijl er in de bodem wel een miljoen soorten leven. Dit gebeurt onder meer op twee compostwormen die überhaupt niet in het veld voorkomen. Omdat er in de jaren ‘80 nog geen goede DNA-analyses waren, bedacht de EFSA samen met de industrie welke soorten ze makkelijk in het lab konden kweken om mee te testen. En als het gaat om residulevels op ons voedsel, wordt slechts gekeken naar de effecten van één single chemisch component. Voor de toelating wordt geen toxicologisch onderzoek gedaan naar een combinatie van verschillende residuen die veelvuldig op ons voedsel aanwezig zijn. Van die zogeheten cocktails weet nog niemand wat de effecten zijn.’
Van bepaalde pesticiden is bekend dat ze het microbioom in de bodem veranderen. Ze doden goede organismen waardoor ziekmakende de overhand nemen
Zijn de velen ziekten daar wellicht aan gerelateerd?
‘Steeds meer onderzoeken tonen dat aan. Men dacht dat stoffen die je in de bodem uitbrengt daar vastliggen en alleen in opgeloste vorm naar het oppervlakte- of grondwater getransporteerd kunnen worden. Inmiddels is bekend dat het transport ook via fijnstof door de lucht kan gaan en wij ze inademen. In Frankrijk is Parkinson gekoppeld aan het spuiten in wijnbouwgebieden en is het inmiddels een beroepsziekte voor boeren. En in het Duitse Bayerische Woud, ver weg van de landbouw, vindt men toch pesticiden in de lucht. Van bepaalde pesticiden is bekend dat ze het microbioom in de bodem veranderen. Ze doden goede organismen waardoor ziekmakende de overhand nemen. Studies laten zien dat onder meer glyfosaat het microbioom in het milieu en in de menselijk darm verstoort, wat hun immuunsysteem verlaagt. Bij veel mensen vind je het terug in hun urine. Hoeveel er in het lichaam achterblijft, is niet bekend. Wel beschrijven Belgische collega’s nierziekten die ze toewijzen aan pesticidegebruik. Deze feiten worden allemaal niet meegenomen in de huidige risicobepalingen van die stoffen. Daarom is dit SPRINT-project zo belangrijk.’
Voor ons eten gelden alleen normen voor enkelvoudige chemische componenten. Van pesticidecocktails weet niemand wat de effecten zijn
Wat gebeurd er als pesticiden gemixt worden?
Groot Europees onderzoek
Om de publieke bezorgdheid over de effecten van pesticiden op de gezondheid van mens, dier en ecosystemen te verminderen, is op initiatief van de Europese Commissie het 5-jarig Europese SPRINT-project (2020-2025) gestart. Doel is een Global Health Risk Assessment toolbox voor pesticiden te ontwikkelen, een Europawijde handleiding waarmee men de gezondheidsrisico’s en effecten van pesticiden beter kan beoordelen. Beleidsveranderingen moeten de boeren vervolgens helpen bij het overschakelen naar duurzame voedselproductie en ze minder afhankelijk maken van chemische bestrijdingsmiddelen. Dit is ook een belangrijke pijler in de Europese Green Deal*. Projectleider is hoogleraar Violette Geissen, onder meer expert in bodemdegradatie en landmanagement aan de Wageningen University (WU). ‘Voor de overheid is het stikstofprobleem inmiddels duidelijk, daar zijn boetes voor. Als het gaat om pesticiden is er geen norm voor de bodem en geen norm voor de lucht. Voor ons eten gelden alleen normen voor enkelvoudige chemische componenten, terwijl er op één gojibes al 29 verschillende worden gevonden. Van die pesticidecocktails weet niemand wat de effecten zijn.’
* Onderdeel van de Green Deal is de Farm to Fork-strategie. Hierin staat dat in 2030 50% minder chemische bestrijdingsmiddelen worden gebruikt en het gebruik van gevaarlijkere bestrijdingsmiddelen met 50% is afgenomen. Ook moet 25% van de landbouwgrond dan biologisch zijn. Frans Timmermans, vicevoorzitter van de Europese Commissie, is hier verantwoordelijk voor.
Wat onderzoekt SPRINT precies?
‘Per Europese regio testen we de mensen in een gebied waar belangrijke gewassen groeien, zoals druiven in de Franse wijnbouw, olijven in Griekenland, oliezaad in Tsjechië en tarwe in Denemarken. In Groningen is de pootaardappelteelt heel belangrijk en daar wordt heel veel in gespoten. In Groningen meten we in het milieu, bij dieren en bij boeren, de buren van die boeren en bij consumenten welke stoffen er in hun lichaam worden teruggevonden. We testen ook of er verschil is in conventionele en biologische bodems waarop wordt geteeld. We zien al dat biologische grond 70 tot 90% minder residuen oplevert. Ook onderzoeken we welk effect stoffen hebben op onze longcellen. Want dat pesticiden niet verder dan 250 meter van een spuitgebied getransporteerd worden, klopt niet.’
Gelukkig wordt er in Nederland steeds minder gespoten, toch?
‘Sommige gewassen worden elke week gespoten, zoals aardappels en appels. Inmiddels krijgen we via onze voeding, het drinkwater en de lucht allerlei stoffen binnen. Drinkwaterbedrijven uitten hun zorgen, omdat ze die middelen niet uit het water kunnen halen. De boeren, werkend volgens de normen, doen niets illegaals. Het is tijd dat we in Nederland een verandering gaan doormaken. De consument wil goedkoop eten. Dat kan alleen met de inzet van pesticiden en monoculturen. Maar is dat nog van deze tijd? Europa laat zien klaar te staan voor een transitie naar duurzaamheid. Daarvoor moet ook voedselverspilling sterk worden gereduceerd. Nu nog gooien we 30% van ons voedsel weg. Willen we in Nederland in die transitie meegaan, dan hebben we programma’s vanuit de overheid nodig.’
Wat is er nodig voor die verandering?
‘Goede informatie voor de consument en toepassing van het voorzorgsprincipe bij pesticiden. Dat is een taak die de overheid laat liggen. Bij een kapotte rem is er risico op een ongeluk; uit voorzorg wordt de auto van de weg gehaald. Maar dit voorzorgsprincipe geldt niet bij pesticiden die op ons eten zitten en in het milieu. In een onderzoek vond de EFSA in 44% van de getoetste voeding pesticide-residuen. Per enkele pesticide zaten die onder de maximale waarden, 27% bevat cocktails van pesticiden. Zie je in de winkel dat een appel met een x-aantal pesticiden is bespoten, dan kun je nadenken of je dat wilt. Een consument die beseft dat deze voeding zijn gezondheid mogelijk schaadt, wil best andere keuzes maken om zijn lichaam te verzorgen met goed, kwalitatief en hoogwaardig voedsel. Ook ons eigen gedrag speelt een rol. In Nederland vinden we dat voedsel vooral goedkoop moet zijn. Zelfs mensen die veel verdienen gaan extreem duur uit eten, maar kiezen in de supermarkt voor goedkope voeding.’
Is biologische voeding dan toch beter?
‘Ik denk van wel. Zeker als je zwanger bent, zou ik dat uit voorzorg doen. Juist vanwege de onbekende effecten van pesticidecocktails. Biologisch is misschien duurder, maar soms is het goed om je eigen gedrag te reflecteren: hoeveel voedsel gooi je weg? Hoeveel ongezonde hapjes als chips en zoetigheden koop je? Als je dat allemaal meerekent, is biologisch eten misschien niet eens meer zo duur.’
Hoe ziet duurzame landbouw er in jouw ogen uit?
‘Ik denk dat we naar een landbouw moeten streven die in 2030 innovatieve technologieën combineert met agro-ecologische kennis. Ook hier heeft de overheid een belangrijk rol. Net als in de landen om ons heen, moet die de boeren steunen die deze transitie willen maken. Ik zie de toekomst in goede technieken: robots inzetten die met infrarood detecteren waar onkruid of luizen zitten en het vervolgens machinaal weghalen. In ons traject nemen we de pesticidefabrikant mee om die transitie te maken en uit robots hun winst te halen. Monocultuur wordt vervangen door mengcultuur of strokenteelt met veerkrachtige gewassen. Diervoer van bonen en mais bevat meer eiwitten en op zo’n mengveld groeit minder onkruid. Strokenteelt is een fantastische habitat voor roofinsecten, zoals lieveheersbeestjes die weer luizen eten. Het hoeft niet perse 100% biologisch, maar zo natuurlijk mogelijk waarbij je alle positieve elementen uit de diverse landbouwvormen samenvoegt. Dan krijg je ook voedsel met veel meer mineralen en uit een gezonde bodem. Voeding is onze basisbehoefte. Retailers moeten de boer daar hogere prijzen voor betalen en de consument moet meer geld uitgeven aan voeding. Ik hoop dat er dan meer vertrouwen komt in de gezondheid van de omgeving en ons voedsel.’
Is er nog iets positiefs aan dit hele verhaal?
‘Jazeker. We zijn bezig met een transitie. Daar speel jij als consument ook een rol in. Vraag jezelf af wat jij wilt als het gaat om producten uit de landbouw. Behalve voeding komen daar bijvoorbeeld ook bloemen vanaf. Volgens het CBS wordt in de Nederlandse bloembollenteelt jaarlijks gemiddeld 57 kilo aan pesticiden gebruikt. Studies laten zien dat cocktails van residuen in de huizen en urine van omwonenden zitten, waarvan de effecten voor de gezondheid ook niet bekend zijn. Het voorzorgsprincipe wordt niet toegepast. Als consument zou je ook iets meer kunnen betalen voor duurzaam geproduceerde tulpen. Het idee dat verandering in de landbouw tijd kost, klopt niet. Als er bewustzijn is, kan het heel snel gaan. Dat zag je met Covid toen we van de ene op de andere dag thuiszaten. De transitie kan heel snel gaan, als de wil om te veranderen er maar is.’
* De European Food Safety Authority is een agentschap dat onafhankelijke wetenschappelijke adviezen verstrekt over alle aangelegenheden die direct of indirect van invloed zijn op de voedselveiligheid van mens en dier.
Juist de bewustheid van de consument zorgt voor de transitie naar een duurzamere landbouw
De eerste onderzoeken van SPRINT
In SPRINT hebben onderzoekers in landbouwgebieden van tien Europese landen het milieu, dier en mens op pesticiden bemonsterd. Die monsters worden nu geanalyseerd. Eind 2021 worden de eerste resultaten verwacht; welke en hoeveel pesticideresiduen er zijn gevonden. In het lab wordt vervolgens met nieuwe testmethoden bekeken welke effecten deze cocktails hebben op de gezondheid van milieu, dier en mens.
Wil je op de hoogte blijven van SPRINT? Meld je dan hier aan voor de nieuwsbrief.